Oorcorrectie

Bij een oorcorrectie kunnen de grootte en de vorm van uw oren worden veranderd. In de meeste gevallen wordt gevraagd afstaande oren, ook wel flaporen genoemd, te corrigeren.

Tijdens de oorcorrectie wordt een incisie (insnijding) gemaakt achter het oor in de plooi tussen oorschelp en hoofd. Daarna wordt het kraakbeen gemodelleerd en wordt de huid verwijderd. De behandeling vindt plaats onder plaatselijke verdoving.

Een week na de oorcorrectie gaan de hechtingen eruit. Gedurende een week moet dag en nacht een elastische bandage worden gedragen. Daarna moet drie weken lang alleen ’s nachts een hoofdband worden gedragen. Na een maand is het resultaat van de oorcorrectie te beoordelen.